Aarde en ruimte

Je leert hoe je weer en klimaat kunt beschrij­ven met behulp van temperatuur, neerslag en wind. 

Denk bij aarde en ruimte aan:

(a) structuur van de aarde (lithosfeer, hydrosfeer en atmosfeer), (b) bodem, gesteenten, gebergten, erosie en tektoniek, (c) water: zout en zoet, stroming, verdamping, getijden, (d) lucht: atmosfeer, stratosfeer, (e) seizoenen, klimaat en weer, (f) geschiedenis van de aarde, invloed van menselijk leven op de aarde, (g) zonnestelsel, melkweg, heelal, sterren, oerknal, zwaartekracht.